zondag 11 april 2010

ik vervloek de rivier des tijds - per petterson

Per Petterson is een oeuvrebouwer. De Noorse romancier, een literaire ereklasser sinds hij voor Paarden stelen in 2007 de prestigieuze internationale IMPAC-prijs kreeg, heeft de krijtlijnen van zijn fictieve universum minutieus afgebakend. Het ligt in Noorwegen en Denemarken en is bevolkt met arbeiders en jongeren met communistische sympathieën. Er wordt veel gelezen, en mensen reizen er met de ferry — tussen haakjes: de ouders en een broer van Petterson stierven in 1990 met 156 anderen in een brand op de Scandinavian Star ferry.

Het opvallendste kenmerk van de meeste romans van Petterson is een hoofdpersonage met de naam Arvid Jansen. ‘Hij is niet mijn alter ego, hij is mijn stuntman. Er overkomen hem dingen die mij hadden kunnen overkomen, maar niet overkomen zijn', zei Petterson daarover in een interview met The Guardian.

Al vroeg in Ik vervloek de rivier des tijds, de nieuwste Petterson, zit de 37-jarige Arvid Jansen op de ferry tussen Oslo en Jutland — het is 1989 en hij volgt in een opwelling zijn moeder, die na de diagnose van maagkanker naar haar geboortestreek terugkeert om het nieuws te verwerken. Arvid wil haar steunen, troosten en nog zoveel vertellen — dat hij gaat scheiden van zijn vrouw, om maar te beginnen.

Het verhaal wordt aangedreven door de herinneringen die losgeweekt worden door de terugkeer naar Jutland. Arvid denkt terug aan hoe het vroeger was, met vier broers samen, en later met drie, omdat één broer veel te vroeg gestorven is; hoe hij rotzooide met het buurmeisje, daarna een vriendin kreeg, en nu pijn in zijn borst voelt en dwangmatig zijn ogen dichtknijpt bij het idee van een scheiding; hoe hij een Mao-poster op zijn slaapkamer had, en als jonge fabrieksarbeider de communistische revolutie uitdroeg; hoe zijn moeder hem de liefde voor film en literatuur bijbracht, maar hem verder niet begreep, en hoe hij desondanks nog steeds constant naar haar aandacht hengelt; hoe hij eigenlijk al zijn hele leven twijfelt aan haar liefde en nooit iets aan zijn vader heeft gehad. Ik vervloek de rivier des tijds is het delicate portret van een moeder-zoonrelatie.

Wurggreep

Per Petterson houdt er nergens een rechtlijnige chronologie op na. Het heden en het verleden gaan naadloos in elkaar over, tot ze in hun versmelting de tijd lijken op te heffen. De enorme klasse van Petterson schuilt in de nauwgezetheid waarmee hij op zoek gaat naar het bepalende moment in het leven van zijn personage, en dan loodrecht afdaalt naar de bodem van die seconde.

Het begrip van die ene seconde is belangrijk om opnieuw met het leven verzoend te geraken. Maar dat is geen eenvoudige opgave: er moet zoveel verzoend worden, en de wereld davert zo hard op zijn grondvesten dat zelfs de Berlijnse Muur is gevallen.

Arvids tragiek is bovendien dat hij terugkeert naar een bepaalde plaats om een bepaalde tijd opnieuw te beleven — de tijd toen de beslissingen nog keuzes waren, kansen nog gegrepen konden worden, en alles nog mogelijk was. Hij probeert zijn waardigheid te behouden in een groots gevecht tegen de wurggreep van ruimte en tijd, terwijl hij ten volle beseft dat tijd, ook al denk je alles onder controle te hebben, in een onbewaakt ogenblik toch altijd door je vingers glipt.

Ik vervloek de rivier des tijds is een sobere, krachtige en nazinderende beschouwing over afscheid, verlies en herinnering van een gelouterd auteur op de top van zijn kunnen. Er lopen vele scheuren door het fictieve universum van Per Petterson, maar zolang hij die scheuren perfect gedoseerd blijft dempen met diepmenselijkheid, tederheid en mededogen, kunnen wij niet anders dan ze heel voorzichtig koesteren. Het grote idee uitwerken op de kleine ruimte: in die beperking toont zich hier de meester.

Per Petterson / Ik vervloek de rivier des tijds / vertaling: Paula Stevens / De Geus / 249p / recensie 'Scheuren dempen' gepubliceerd in De Standaard der Letteren

zondag 31 januari 2010

zuivering - sofi oksanen

Zuivering speelt in Estland in 1992. De oude Aliide Truu ziet op het erf van haar boerderij een hoopje mens liggen. Tegen haar argwaan in haalt ze het meisje binnen om haar te helpen. Ze heet Zara en zoekt een schuilplaats na een spectaculaire ontsnapping uit de klauwen van twee vrouwenhandelaars.

De ontmoeting tussen Aliide en Zara is het hoogtepunt van het verhaal; het gesprek tussen de twee legt de gebeurtenissen van de voorafgaande decennia bloot en wisselt af met overgeleverde brieven, documenten en flashbacks naar cruciale periodes in de Estse geschiedenis: de bezetting door de nazi's en de communisten in de jaren 40, de repressie en uiteindelijk de onafhankelijkheid na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991.
De krijtlijnen van het verhaal: op het einde van de jaren 1930 trouwt Aliides zus Ingel met de door Aliide aanbeden Hans Pekk. Terwijl Hans, die de Duitsers niet slecht gezind is geweest, na 1944 moet onderduiken voor de sovjetrepressie, trouwt Aliide zelf met de lokale communistische partijbons Martin Truu.

Om aan de deportatie te ontsnappen, helpt ze op een bescheiden schaal mee aan de sovjetisering van Estland. Wanneer ze, als insider, te horen krijgt dat haar zus en nichtje gedeporteerd zullen worden, waarschuwt ze hen niet.

Opportuun

Zara probeert aan de uitzichtloze armoede te ontsnappen door als barmeisje te werken, maar wordt zo door vrouwenhandelaars in de prostitutie gedwongen. Wanneer ze kan ontsnappen, vlucht ze naar Aliide, de zus van haar grootmoeder.

Hoewel Aliide zichzelf gered heeft ten koste van anderen en hoewel er alternatieven waren voor de keuzes die ze heeft gemaakt, is ze toch schaamteloos vrolijk over haar eigen redding. De realiteit geeft haar als overwinnaar gelijk: zij is diegene die de bezetting en vervolging het beste is doorgekomen.

Net als het werk van Aleksandr Solzjenitsyn, de man die de wereld attent maakte op het bestaan van de goelags, gaat Zuivering over de prijs die mensen betalen om te overleven in een repressief systeem. Waarden als eerlijkheid en integriteit zijn waardeloos of zelfs contraproductief als het erop aankomt je eigen hachje te redden.

Een roman met deze ingrediënten loopt algauw het risico drammerig of schematisch te worden, maar dat is met Zuivering allerminst het geval. De paranoia is voelbaar tussen de regels van deze bijzonder spannende, filmische en rijk gedocumenteerde tragedie.

Sofi Oksanen / Zuivering / vertaling: Marja-Leena Hellings / Anthos / 336p / recensie 'De overwinnaar heeft gelijk' gepubliceerd in De Standaard der Letteren

zaterdag 16 januari 2010

de bijbel van doré - torgny lindgren

Kent u de Brit Stephen Wiltshire? Hij is een savant die na een korte helikoptervlucht een stad uit het hoofd gedetailleerd kan reconstrueren.

Torgny Lindgrens naamloze verteller in De Bijbel van Doré heeft een vergelijkbaar talent. Hij reconstrueert op basis van zijn herinneringen de meer dan 200 paginagrote illustraties die de Franse kunstenaar Gustave Doré in 1866 bij de Bijbel maakte. De man lijdt aan alexie, waardoor hij nooit heeft kunnen leren lezen en schrijven, en werd daarom van kleins af bijzonder aangetrokken door de woordeloze Bijbel van Doré. Die reconstructie is hij als zijn levenswerk gaan beschouwen, nadat zijn vader hem zijn exemplaar heeft afgenomen. Omdat hij niet kan schrijven en zijn verhaal toch niet verloren wil laten gaan, spreekt hij het in op een bandrecordertje. De roman van Lindgren is daar de transcriptie van.

In dat uitgangspunt zitten drie cruciale aspecten van het oeuvre van Torgny Lindgren (1938), een grand old man van de Zweedse literatuur: een Bijbelse thematiek, de grote kracht van woorden en de onbedwingbare behoefte van de mens om verhalen te vertellen.

De Bijbel van Doré is het laatste deel van een trilogie, die voorts de romans Het ultieme recept en Hommelhoning bevat, maar het past ook naadloos in de rest van Lindgrens oeuvre. Hij gebruikt het ruwe, door eenvoudige oerfiguren bevolkte landschap van Noord-Zweden als decor voor zijn uitgezuiverde thematiek van leven, dood, liefde, verraad en geloof.

De verteller begint zijn levensverhaal met zijn alexie. Omdat hij niet kan lezen, belandt hij in een tehuis voor onnozelen, hoewel er met zijn intelligentie weinig mis is. Hij heeft er de ruimte en de tijd om uit zijn geheugen illustratie na illustratie van Doré na tekenen. Dat is een titanenwerk, want in de Bijbel zit stof voor een heel leven, en de som van alle tekeningen van de Bijbel is God zelf. Wat de man weet en doet, heeft hij uit die Bijbel gehaald.

Mensen komen, mensen gaan, maar altijd blijft de verteller doorwerken, ook na de laatste tekening, want ‘als je je levenswerk hebt voltooid, dan is werken de enige troost die je rest'. Door allerlei jobs aan te nemen probeert hij ‘op zinnige en passende wijze de tijd te verdrijven', terwijl hij afwacht tot hij terugkrijgt wat hij is kwijtgeraakt en wat zijn leven zo heeft bepaald: de Bijbel van Doré.

De Bijbel van Doré is een oefening in berusting. De verteller aanvaardt het leven door het onvoorwaardelijke geloof in de genade, het besef van het ondoorgrondelijke van het geschapene en het belang van vertellen. Door verhalen te vertellen kan de mens de wereld proberen te begrijpen en in het beste geval zelfs enigszins beheersen. Dat klinkt ernstig, maar Lindgren bouwt genoeg ironische afstand in om alles verteerbaar te houden. Hij is de meester van de relativerende aforismen en hij haalt enkele prima grappen uit.

‘Niets mag irrelevant of duister zijn', legt Lindgren een journalist in de mond — dat is ook het uitgangspunt van de schrijver zelf. Torgny Lindgren is een stilist die veel schrapt in de overtuiging dat hij zo dat wezenlijke kan ontsluieren.

Torgny Lindgren / De Bijbel van Doré / vertaling: Lia van Strien / De Geus / 250p / recensie 'De Bijbel van Doré' gepubliceerd in De Standaard der Letteren

zondag 20 december 2009

mijn vriendschap met jezus - lars husum

Wanneer de succesvolle Deense zangeres Grith Okholm en haar man Allan bij een verkeersongeval omkomen, blijven de dertienjarige Nikolaj en zijn oudere zus Sanne alleen achter: verweesd maar financieel onafhankelijk. Ze zonderen zich af en sukkelen zo in een ongezonde broer-zus-symbiose. Als hij vreest dat zijn zus hem niet graag genoeg meer ziet, besluit hij haar de stuipen op het lijf jagen om haar weer van hem te laten houden. Hij ontpopt zich - in een waas van drugs, agressie en zelfmoordpogingen - tot een kleine, veelbelovende psychopaat. Hij bereikt zijn dieptepunt wanneer hij zijn vriendin het ziekenhuis inramt. Ten einde raad pleegt Sanne, zijn beschermengel, daarna zelfmoord. Voor Nikolaj volgt een afdaling in een hel van schaamte, schuldgevoelens, angst en verdriet.

Tot zover de aanloop die Lars Husum in Mijn vriendschap met Jezus nodig heeft om tot zijn uitgangspunt te komen: wat doe je als Jezus plots opduikt in je appartement? Of beter: een gespierde langharige onbekende die zichzelf als Jezus Christus voorstelt? Nikolaj probeert hem eerst de kop in te slaan met een asbak en wil daarna, als een oudtestamentische Jakob, de worsteling aangaan - maar ook in de 21ste eeuw is Jezus veel te sterk.

Jezus wil van Nikolaj een beter mens maken en hem opnieuw leren liefhebben. Om dat plan te kunnen uitvoeren, eist Jezus een opmerkelijke omkering van enkele cruciale waarden uit de seculiere traditie: hij moet, als ongelovige, volledige overgave tonen aan de raad van Jezus, en hij moet zijn zelfstandigheid opgeven en zichzelf afhankelijk maken van zijn vrienden. Samen zetten ze daarop een herstelexpeditie op touw, om Nikolaj te laten boeten op weg naar de verlossing.

Lars Husum, een debutant uit de brede entourage van de filmregisseur Lars von Trier, heeft van deze tegendraadse en ontregelende zwarte komedie intussen al de filmrechten verkocht. Dat is niet verwonderlijk: Husum schrijft bijzonder vlot, houdt het tempo hoog en countert zijn ontluisterende realisme met absurde elementen. Het resultaat: een ongewoon boek over de kracht van de liefde, verhuld als een relaas van een 'fucking merkwaardig' leven. Niet echt diepgaand, wel onderhoudend.

Lars Husum / Mijn vriendschap met Jezus / vertaling: Kor de Vries / Nieuw Amsterdam / 304p / recensie 'Jezus is je vriend' gepubliceerd in De Standaard der Letteren

de daisy sisters - henning mankell

De Zweed Henning Mankell (1948) is in België vooral bekend voor zijn thrillers over Kurt Wallander, maar hij schrijft ook literaire romans. De Daisy sisters, een vroeg werk uit 1982, negen jaar voor zijn eerste Wallander-verhaal, wordt als zo'n literaire roman in de markt gezet, als tegengewicht voor de thrillers. Jammer genoeg wil dat vooral zeggen dat Mankell er alle spanning heeft uitgelaten.

De Daisy sisters is een 634 pagina's dikke panoramische roman over drie generaties vrouwen, van begin jaren '40 tot begin jaren '80. De Zweedse neutraliteit tijdens de Tweede Wereldoorlog, de consolidatie van de welvaartsstaat en de economische groei tijdens de jaren van de sociaaldemocraat Tage Erlander, de communistische tegenbeweging en de Koude Oorlog: die dingen vormen het decor waartegen de levens van Elna, Eivor en Linda zich ontvouwen.

Op haar zeventiende heeft Elna de wereld aan haar voeten - tot ze na een verkrachting zwanger blijkt. Ze bevalt van Eivor, en maakt meteen kennis met de grenzen aan haar vrijheid.

De Daisy sisters is te lezen als Mankells commentaar op het gezegde van George Santayana: ook wie de geschiedenis kent, is blijkbaar gedoemd om ze te herhalen. Dat is in het geval van Elna, Eivor en Linda niet het beste nieuws van de wereld; de familiekroniek is een aaneenschakeling van tienerzwangerschappen, verkrachtingen, abortussen, huiselijk geweld, ongerealiseerde verlangens en voortijdig geïmplodeerde dromen.

Schering

In het Zweden van De Daisy sisters is sociale ellende schering en inslag. Over de jaren veranderen de mores - de moderniteit sluipt binnen, de positie van de vrouw in de maatschappij verandert - en dat biedt wel nieuwe kansen, maar de problemen blijven dezelfde. De vraag dringt zich op: in hoeverre kan iemand zelf de verantwoordelijkheid voor zijn leven opnemen? Is het mogelijk de fouten van je ouders te vermijden?

De voorspelbare want zich herhalende patronen leiden niet direct tot opbeurende literatuur. Mankell schetst een interessant tijdsbeeld, met enkele veelbelovende personages, maar gaat kopje onder in een vloedgolf van treurig fatalisme en miserabilisme. De Daisy Sisters kreunt bovendien onder een gebrek aan spankracht en is gewoon te lang. Ons ontgaat de relevantie van de vertaling 27 jaar na publicatie.

Henning Mankell / De Daisy Sisters / vertaling: Edith Sybesma / De Geus / 633p / recensie 'Miserie in drievoud' gepubliceerd in De Standaard der Letteren

het wenshuis - anne b. ragde

Drie broers die mekaar al jaren niet meer hebben gezien vieren samen kerst op de familieboerderij, kort nadat hun moeder gestorven is. De oudste zoon Tor heeft de boerderij overgenomen en woont er alleen met zijn vader; de twee andere zonen zijn een ongetrouwde begrafenisondernemer en een homoseksuele etalagedesigner. Ook Tors onwettige en geheime dochter Torunn is gekomen, op uitdrukkelijke vraag van haar stervende grootmoeder. Zij is 37, dierenarts, en heeft haar vader nog nooit gezien, maar ze voelt zich voor hem verantwoordelijk.


De houding van de broers is eenvoudig: ze draaien rond alles heen- het belangrijkste ligt in de stiltes tussen de nietszeggende algemeenheden die ze uitwisselen. Als Torunn beseft hoe haar vader en grootvader leven, volledig afgezonderd van de wereld, huilt ze om hun verspilde levens. Tor is een ongenietbare zonderling. Hij komt moeilijk rond en is alleen geïnteresseerd in zijn varkens - voor hem is de moderniteit iets wat andere mensen overkomt.


Leugens en wensen


Na kerst vertrekt iedereen terug naar huis, maar de boerderij laat niemand nog los. Het is voor auteur Anne B. Ragde het vertrekpunt om, in het licht van het spanningsveld tussen moderniteit en traditie, te exploreren in welke mate mensen hun wortels kunnen loslaten. Vooral voor Tors dochter Torunn zijn er verregaande gevolgen. Kan ze het maken om terug te gaan haar leven in de stad, alsof er helemaal niets is gebeurd?


Het wenshuis is het middelste deel van een trilogie. Eerder werd het eerste deel vertaald als Het leugenhuis. Sinds Ragde in 2004 het eerste deel van haar Neshov-trilogie publiceerde, is Noorwegen in de ban van de lotgevallen van de familie. Ragde verkocht vele honderdduizenden boeken, en één miljoen mensen ging naar de verfilming kijken - niet slecht in een land met net geen vijf miljoen inwoners.


Die immense populariteit hoeft niet te verbazen, want net als het eerste deel van de trilogie draagt ook Het wenshuis het keurmerk Ragde: boeiend verteld, strak geschreven en afwisselend relativerend, grappig, ontroerend, vervreemdend en onbarmhartig. Of ze nu schrijft over de donkere geheimen van een probleemgezin of over de finesses van vitrinedesign, varkensfokkerij, hondenfluisteren en Swarovski-esthetiek, steeds blijft Ragde trouw aan de voornaamste regel van haar poëtica: romans moeten toegankelijk zijn. Het wenshuis is, binnen die krijtlijnen, echt vakwerk.


Anne B. Ragde / Het wenshuis / vertaling: Marianne Molenaar / De Geus / 319p / recensie 'Verspilde levens op de boerderij' gepubliceerd in De Standaard der Letteren

de grens - riika pulkkinen

Riika Pulkkinen is mooi, jong en intelligent. Die combinatie staat garant voor commercieel succes, en dat is in dit geval helemaal terecht: Pulkkinen wordt in Finland beschouwd als een van de grootste talenten van een nieuwe generatie schrijvers. In haar debuutroman De grens lijkt ze iets van de ziel van de Scandinavische literatuur bloot te leggen - de dood waart over alle pagina's, zelfmoord is een levensoptie, seks is bijzonder explicieten alles ademt tomeloze melancholie. Ze heeft de twee verhaallijnen over Mari en Anja bovendien geraffineerd verweven met de klassieke tragedie Antigone en alles opvallend strak en gedoseerd opgetekend.

Krassen tegen de angst

Mari is zestien. In haar eenzaamheid, en omdat het zo hoort, experimenteert ze met liefdeloze seks, maar haar passie ligt in zelfverminking. Door in haar armen te krassen, probeert ze haar angst buiten te sluiten - op haar huid tekent ze de krijtlijnen voor de hoop. Het is ook een manier om haar verlangen te verdringen- als ze snijdt, verlangt ze nergens anders naar. Tot ze verliefd wordt op haar leraar literatuur en met hem een seksuele relatie begint. Hij geeft haar de contouren die ze nodig denkt te hebben om te kunnen leven.

De man van haar tante Anja heeft alzheimer. Zijn werkelijkheid is aan scherven gevallen. Eerst verdwijnen de herinneringen - als die weg zijn, volgen de verlangens. De hare blijven bestaan, en dient ze op een andere manier te kanaliseren. Wel is er nog liefde, en heel veel mededogen - Anja ontdekt een gedenkschrift van haar man, waarin hij alles over haar documenteert om het zich niet te hoeven herinneren.

De man van Anja heeft nog één verlangen: de dood - alleen kan hij dat zelf niet meer invullen. Anja, professor gespecialiseerd in de klassieke tragedie, heeft verschillende zelfmoordpogingen achter de rug; maar ze heeft tijdig beseft dat herinneringen 'de zinvolheid van elk afzonderlijk moment' aan het licht kunnen brengen. Ook Mari beschouwt de dood als ultieme mogelijkheid.

Gevaarlijk terrein

Waar seks en dood samenkomen, loert macht om de hoek. De machtsbalans in de relatie tussen Mari en haar getrouwde leraar kan nooit in evenwicht zijn. Hij zet er zijn job en gezin voor op het spel - Mari haar zielenheil en haar leven.

In het restant van de liefdesrelatie tussen Anja en haar man gaat het om de meest extreme vorm van macht: die over leven en dood. 'Dood me en red me', smeekt haar man. Haar belofte hem te helpen voor hij zijn herinneringen verliest, maakt haar verantwoordelijk, al brengt het haar, zoals Antigone ten opzichte van Creon bij Sophokles, op gevaarlijk terrein.

Pulkkinen laat de verhaallijnen hun afloop tegemoet denderen. Dat is niet altijd even bevorderlijk voor de spanning, maar werpt wel relevante vragen op over het lot en de vrije wil van de mens. Past hier mededogen of schuldgevoel? Pulkkinen overschrijdt voortdurend de grenzen tussen genot en geweld, kunst en leven, leven en dood, en goed en fout, maar blijft triomfantelijk overeind. De vele mooie zinnen en verstilde beelden die ze produceert, maken haar tot een bijzonder beloftevolle schrijfster.

Riika Pulkkinen / De grens / vertaling: Lieven Ameel / De Arbeiderspers / 318p / recensie 'Seks, dood en macht' gepubliceerd in De Standaard der Letteren